The devil wears Strava

De wekker gaat. Het is zes uur.

Ik ben een ochtendmens, maar vandaag blijkt dat een beetje overschat van mezelf.

Toch sta ik op. Nog snel een loopje voor de werkdag begint.

Ik scharrel wat sportkleren bijeen. Geen topoutfitje, op dit uur maakt het toch niet veel uit. Schoenen aan, deur dicht en weg.

 

De stad is stil. Ik hoor mijn eigen adem (of eerder gehijg), zie de zon die rustig opkomt. Het is heerlijk lopen.

Acht kilometer later kom ik terug thuis. Fris hoofd, tevreden lijf.

Op autmatische piloot grijp ik naar mijn linkerpols om mijn sportwatch af te duwen.

 

Dra-ma.

Geen horloge.

Geen registratie.
Geen bewijs.
Geen Strava.

 

Ergens diep in mijn verder best stabiele persoonlijkheid, komt mijn rare kronkel naar boven in de vorm van een hartslagpiek.

 

Hoe snel een mens kan ontsporen?

Tien seconden geleden was dit een perfecte ochtend.

 

Nu voer er een verhitte interne discussie met mezelf.

 

Aan de ene kant het duiveltje dat mokt als een klein kind en dingen zegt als:

“Heb ik eigenlijk wel gelopen?”
“Voor wie doe ik dit eigenlijk?”
“Telt dit dan?”

 

Tegelijkertijd zegt de ander dingen als:

Komaan zeg. Je hebt acht kilometer gelopen, je bent gezond, je dag is begonnen, alles is goed. Stop met zagen.”

 

The devil wears Strava.

 

Want Strava doet dingen met mij waar de logica ver te zoeken is.

 

Laat bijvoorbeeld mijn zus één loopje posten en ik spring uit mijn zetel.

Chips terug in de kast. Schoenen aan. En hop, ook nog snel een loopje doen.

Toevallig eentje dat net iets langer is natuurlijk.

Ik verzeker u dat ik dan mijn horloge niet vergeet hoor. Dan wordt dat netjes gedocumenteerd.

De eerste kudo komt steevast van mijn zus.

Of mijn vader, die het nog serieuzer neemt dan wij twee samen…

 

Het “des duivels” van Strava zit in de kleine dingen.

 

Afduwen op 9,4 kilometer? No way, ik loop nog liever 6x mijn voordeur opnieuw voorbij.

 

Aan een zebrapad zal ik braaf handmatig op pauze duwen. Auto-pauze is voor psychopaten. Mij gaan ze niet liggen hebben.

 

Een heerlijke wielerzondag, maar tijdens de rijsttaart-break voel je plots… buzz, buzz, buuuuuzz.

Klaar. Gestopt. De watch heeft beslist.
Je kan opnieuw beginnen. Maar het is niet meer hetzelfde. Dat weet iedereen.

Want nu zit je met een “part 1” en een “part 2” van je fietsprestatie.

Lame.

 

Soms zijn er dagen waarop ik geloof dat ik onuitputtelijke energie heb en onverslaanbaar ben.

Helemaal delulu drijf ik de sportieve uitdagingen wat op.

Ouder worden is voor later.

 

De Antwerp 10 miles lopen en daarna nog een tennismatch spelen.

Twee activiteiten. Twee keer uploaden. Dubbele voldoening.

Één dag. Oneindig veel kudo’s.

 

Dat je me ’s avonds bijeen kan vegen, dat staat nergens gedocumenteerd en dat weet niemand.

 

Op zo’n dagen voelt mijn sporthorloge als een tamagotchi.

Alleen… ik ben het idiote in-leven-te-houden-wezentje.

Het verwacht iets van mij. En ik gehoorzaam braaf.

 

En als ik het vergeet (zoals deze morgen) gaat het mis.

Niet het horloge, wel de kronkel in mijn hoofd.

 

Maar als ik eerlijk ben (en dat gaat beter zonder Strava) was die ochtend eigenlijk heerlijk.

Stil, fris, precies lang genoeg.

Niks ontbrak, behalve mijn sporthorloge dan.

 

Voor mij is dat het lastige aan Strava.

Het kan tegelijk alles verpesten

en krijgt me toch buiten op dagen

dat ik liever lui in bed wil blijven stinken.

 

Of ik mijn horloge aan het opladen ben? Zeker wel.

En ligt die al klaar voor mijn loopje morgen? Zeker wel.  

 

Zal ik, wanneer ik nog eens mijn sportwatch vergeet, dat mijn hele mood laten bepalen?

Ik kan niks beloven, maar ik probeer het.

 

Sportprestaties zonder bewijs mogen vanaf nu de duivel in mij niet meer unleashen.