Gaslighting als opvoedingsstijl
Ik was er als kind zeker van dat ik bijna een verkeersongeval op mijn geweten had.
Ik ben zes jaar oud en lig half onder de achterbank op zoek naar mijn Game Boy Color. Ik scharrel in het donker tussen een vergeten dinokoek, een verdwaald potlood en een twijfelachtige Fristi.
Ik zie het lampje boven mijn hoofd.
Ik duw erop.
Het licht springt aan.
En bijna onmiddellijk hoor ik van vooraan in de auto:
“Leg dat af!”
“Maar ik wil alleen even..” probeer ik..
“Leg dat af! Dat is gevaarlijk!”
Owla! Ik duw het lampje onmiddellijk terug uit. Hartslag 190. Game Boy voor altijd verloren.
Ik ga terug rechtzitten en kijk voor mij uit terwijl ik probeer te snappen hoe ik de oorzaak was van een op het nippertje vermeden familiedrama op de E17.
We rijden gewoon verder. Mama & papa gezellig aan het babbelen alsof er niks gebeurd is.
Maar ik lig die nacht wakker met een gigantisch schuldgevoel.
Het zotste is: iets in mij gelooft het nog altijd.
Een beetje maar.
Want als iemand vandaag dat lichtje aansteekt terwijl ik rij, voel ik nog altijd een klein stresspiekje.
Noem me naïef maar ik geloofde veel dingen die mijn ouders mij wijs maakten.
Mijn ouders hadden daar talent voor.
Ik presenteer u een bloemlezing van ouder-leugens:
“Je kauwgom niet inslikken, je poepenholleke zal toeplakken.”
“Na het eten niet zwemmen, je zal verdrinken.”
“Niet met nat haar naar buiten, je zal doodziek worden.”
“Niet te dicht bij de tv zitten, je zal blind worden.”
“Als je je vingers kraakt, zal je artritis krijgen.”
“Als je snoep aanneemt van vreemden zal je ontvoerd worden.”
Waarom was alles bij onze ouders onmiddellijk zo fataal?
Er waren ook zachtere leugens. Minder traumatiserend, maar vooral nog minder wetenschappelijk onderbouwd.
“Als je neus jeukt denkt iemand aan jou.”
“Eet je wortels op, daar krijg je mooie ogen van.”
“Van champignons eten, krijg je prinsessenhaar.”
Sommige waarschuwingen kwamen zonder gevolg of uitleg.
“Kinderen mogen geen koffie drinken…”
“Eet uw bord leeg, de kindjes in Afrika…”
Die waren het gevaarlijkst. Want de rest moest ik zelf invullen.
Kinderen zijn creatief. Ik ging spiralen.
Want wat met die kindjes in Afrika? Wat heb ik die aangedaan! WAT?
En dan had je ook nog die opvoedkundige parels om je ‘sociaal acceptabel’ gedrag aan te leren.
“Niet in uw neus peuteren…”
“Geen mensen likken. Dat doen de grote mensen ook niet”.
Als grote mens weet ik wel beter.. Ik wil niks zeggen maar als die laatste waar is, dan weet ik ook waar kinderen vandaan komen. Bring in the ooievaar.
Als laatste, de grootste leugen van allemaal.
“We zijn er bijna.”
“Bijna” kon vijf minuten betekenen. Maar even goed nog vijf uur.
Geen wonder dat ik vandaag totaal geen tijdsbesef heb. Mijn interne klok is gebouwd op valse informatie.
Het ergste is eigenlijk niet dat mijn ouders dat deden.
Het ergste is dat ik ze ondertussen begrijp.
Misschien was het gewoon de opvoedingsstijl van de jaren negentig.
Een beetje bang maken, een beetje overdrijven en hier en daar wat liefdevol gaslighten.
Sinds dat ik mezelf erop betrapt heb dat ik exact hetzelfde doe, heb ik ze vergeven.
Ik beken.
Ik ben van slachtoffer naar dader geëvolueerd.
Ik ben exact hetzelfde beginnen doen.
Ik verkoop nu ook complete onzin aan kinderen.
“Peppa Pig-video’s werken niet op mijn gsm, ik heb haar telefoonnummer niet.”
Gold.
“De batterij van de iPad laadt alleen op als kindjes fluisteren in plaats van roepen.”
Instant succes by the way.
“Mijn Spotify heeft maar twee K3-liedjes.”
Leugens obviously.
“Sinterklaas weet het als je mij geen knuffel geeft.”
Shameless manipulatie, maar ik slaap er niet minder door.
“Ik mag van de dokter maar één spelletje voetbal per dag spelen.”
De waarheid is dat mijn conditie het anders niet aankan.
“Je mama zei dat je geen snoep meer mag, dus geef maar aan mij.”
Sorry not sorry, zo blijf ik de coole tante met meer snoep voor mezelf.
Kinderen geloven echt alles als je het met genoeg overtuiging zegt.
Ik begin begrijp mijn ouders dus beter en beter.
Uitleg geven is soms gewoon vermoeiend. Want soms heb je gewoon geen energie voor de twaalfde keer uit te leggen waarom iets niet mag.
Je er vanaf maken met “daarom” pakt niet. Want een kind weet dat het “waarom?” oneindig kan herhalen. En dat houden ze vreselijk lang vol.
Dus pak je het creatiever aan. Je maakt het groter. Simpeler. Soms een beetje enger.
Niet om die mini’s te traumatiseren.
Gewoon… om rust te hebben. Om vooruit te geraken.
Ik moet eerlijk zijn. Ik doe het niet alleen bij kinderen.
Bij mijn ouders gebruik ik tegenwoordig dezelfde tactieken. Ik trek zelf vrolijk de UNO-reverse kaart.
“Nee mama, ik wandel nooit alleen naar huis ’s nachts.”
“Tuurlijk draag ik altijd mijn helm.”
“Ja hoor, ik slaap genoeg.”
“Mijn belastingen? Al weken in orde.”
“Tuurlijk heb ik het artikel over veiligste wachtwoorden gelezen. Interessant.”
“Ja mama, ik eet genoeg groenten.”
“De cloud? Nog nooit van gehoord, misschien hulp aan mijn zus vragen.”
“Ik ben onderweg.”
Bij die laatste stap ik waarschijnlijk net uit de douche.
Laat ons besluiten dat de cirkel rond is.
Ik heb het van de besten geleerd.
Moest het eerst ondergaan, maar heb uiteindelijk een skill voor het leven ontwikkeld.
Het kleine achterbanktrauma neem ik er dan wel bij.

