Relationship status: lang haar vs kort haar
It’s time! Ik moet naar de kapper.
Ik moet eigenlijk helemaal niks, want ik mag niet klagen over mijn blonde manen. Maar out of the blue is daar dan plots die itch: “Ik moet nu naar de kapper!”
Nu. Niet morgen, niet volgende week. Nu.
If only it were that easy.
Kappers doen goede zaken, denk ik. De online boekingssystemen kunnen pas over drie weken ten vroegste een gaatje vinden voor mijn afspraak. Meestal ook op het meest onmogelijke uur voor een doorsnee 9-to-5’er.
Maar goed. Geduld oefenen moet ik leren.
Heb ik weer iets om naar uit te kijken, nietwaar?
Dus ik boek de afspraak.
Drie weken.
Dat zijn drie weken waarin ik te veel kan nadenken over de briefing voor mijn kapster.
En dus doe ik wat elke rationele vrouw doet: een vergadering bijeenroepen met de ervaringsdeskundigen.
Officiële setting: een terrasje op een warme zomeravond, waar de wijn rijkelijk vloeit en de gesprekken afwisselen tussen wereldproblemen en parelproblemen, zoals de vraag of curtain bangs nog in zijn?
Ik gooi mijn idee op tafel.
Kort.
Niet een beetje kort.
Echt kort.
Een doneerbare lengte korter. Een frisse zomercoupe. Een bob. Een lengte ergens boven de schouders, maar onder de kin.
Iets heel anders.
Zo’n kapsel waarvan mensen zeggen: “Wauw, dat is gedurfd!”
Ik bedenk dan zelf wel of het een compliment is of gewoon het equivalent van “Het is een sympathieke.”
De reacties van de vriendinnen zijn verdeeld.
Eén vriendin zegt plots: “Nee. Het is nog niet het moment voor een kort kapsel.”
Ik lach. “Ah bon? Tell me more. En wanneer is het dan wel het moment?”
Ze neemt een slok van haar glas. “Jij knipt je haar alleen kort als je een boyfriend hebt.”
Ik protesteer onmiddellijk. “Niet waar! Ik wissel gewoon af. Lang. Kort. Lang. Kort. Dat doe ik al jaren.”
“Nee,” zegt ze. “Je doet het waarschijnlijk niet bewust, maar het is wel zo.”
Het gesprek gaat verder, maar ik luister niet meer. Ik heb namelijk een zeer slechte eigenschap: naast ongeduldig zijn, heb ik ook heel graag gelijk.
Dus begin ik door mijn foto’s te scrollen. Op zoek naar proof.
Fuck.
Met pijn vergelijkbaar met op een legoblokje stappen, moet ik mijn ongelijk toegeven.
Ze heeft verdomme gelijk. Het patroon is gênant duidelijk.
Lang haar tijdens het daten.
Kort haar tijdens relaties.
Lang.
Kort.
Lang.
Kort.
Hoezo heb ik dat nooit eerder opgemerkt?
Wat gebeurt er in mijn onderbewustzijn dat het dit soort keuzes maakt?
Waarom probeert mijn onderbewustzijn mijn kapselkeuzes te manipuleren?
Want wat betekent lang haar?
Jeugdigheid? Speelsheid? Vrouwelijkheid? Beschikbaarheid?
Of is lang haar gewoon marketing? Mijn persoonlijke reclamecampagne. De verpakking waarvan ik hoop dat ze beter verkoopt.
Onbewust gok ik dus dat lang haar beter schoort op de datingmarkt. Dat mijn kansen statistisch gezien met 3,7 procent stijgen per centimeter voorbij de schouders.
Het moet toch iets opbrengen als ik mijn haar rond mijn vinger wind, waarna het (liefst in slow motion) weer over mijn schouder valt terwijl ik geïnteresseerd knik bij een verhaal over zijn hobby. Hoogstwaarschijnlijk iets met speciaalbier brouwen…
Lang haar verzorgt dus de PR. Het is storytelling. Het staat voor zachtheid, fruitigheid, sensualiteit en jeugdigheid.
Wat betekent kort haar dan?
Comfort? Zelfvertrouwen? Gemak?
Niet dat ik, eens ik “van ‘t straat ben”, plots stop met moeite doen. Daarvoor ben ik iets te ijdel.
Ik blijf de persoon die haar kleerkast als een stort achterlaat, om uiteindelijk dan toch in de eerste outfit de deur uit te wandelen.
Maar een korte coupe voelt wel anders. Minder braaf.
Alsof ik mezelf meer identiteit gun. Meer authenticiteit.
Want iemand heeft me al uit het datingwinkelrek gekozen. Ik ben niet meer in competitie met alle vrouwen met perfecte Dyson-waves.
Ik zou willen beweren dat ik hier een diepgaande analyse en momenten van zelfreflectie op heb losgelaten, met als resultaat een onderbouwd inzicht.
But who am I kidding.
Ik kraam complete onzin uit over een paar afgeknipte centimeters.
Wat ik wel weet, is dat die vriendin gelijk had.
Kort haar gebeurt wanneer ik me veilig en gekozen voel.
Wanneer iemand me al tot de zijne geclaimd heeft en ik mezelf niet meer door de ogen van de potentiële bachelors moet bekijken. Wanneer al het oppervlakkige er niet meer toe doet. Wanneer niet mijn verpakking, maar mijn kleine, vreemde en authentieke kantjes die chansaar hebben weten te overtuigen.
Over een paar weken zit ik in die kappersstoel.
Ik weet nog altijd niet wat ik ga briefen.
Wat ik wel weet is, dat de dag dat ik met een korte coupe het terras kom oplopen, mijn vriendinnen elkaar een veelbetekenende blik zullen toewerpen.
En het zal niets met mijn nieuwe kapsel te maken hebben.
Ze zullen vermoeden dat ik een grote date-update heb.
Wie weet?
Tegen dan misschien iets te melden. Misschien ook niet.
Ik weet het zelf nog niet eens.

