Favoritisme à volonté volgens Pépé

Nooit aan getwijfeld. Ik was het lievelingske van mijn opa, Pépé André.

 

Noem mij gerust een princes, maar ik ben niet vies van wat favoritisme hier of daar.  Ik was er dan ook vrij zeker van dat ik een streepje voor had bij mijn Pépé.

 

Blijkbaar had ik het wat te hoog in mijn bol, want mijn neven en nichten dachten exact hetzelfde. Bleek dat werkelijk iedereen dacht zijn lievelingske te zijn.

Pépé kunnen we niks kwalijk nemen, want hij heeft nooit ook maar één woord gerept over een soort van rangschikking.

 

Toen er achterkleinkinderen bijkwamen, maakte ik me even zorgen. Potentiële concurrentie, dacht ik. Maar ook die nieuwe lichting schattigaardjes werd in alle discretie opgenomen in zijn selectie van lievelingskes. En dat terwijl ieder van ons overtuigd bleef van onze eigen bevoorrechte positie.

 

Knap staaltje familiemanagement van den Dré, als je het mij vraagt.

 

Het is niet dat Pépé daar een ingewikkelde strategie voor had of zo. Hij was gewoon oprecht geïnteresseerd.

In je werk, je studies, je hobby’s, je nieuwe appartement, je verbouwing of de uitslag van je voetbal- of volleybalmatch.

Hij luisterde naar wat je vertelde en vroeg er de volgende keer opnieuw naar. Zo simpel, maar je voelde je oprecht de belangrijkste persoon in zijn living.

 

Al moest je die belangstelling soms wel delen. Zoals op nieuwjaar bijvoorbeeld. Legendary volgens sommigen onder ons.

Alle kleinkinderen netjes op een rij, klaar om onze ingestudeerde nieuwjaarsbrief rijmend af te ratelen. Het podium was een stoel of, voor de durvers, de salontafel. Die laatste was toch wel de favoriet. Al was het maar omdat dat de enige keer was dat het mocht.

Pépé luisterde met evenveel enthousiasme naar elke nieuwjaarsbrief. Na het applaus duwde hij je dan, als een echte “smokkelaar” ineens zo’n vensterenvelopje met je drinkgeld in je hand. Heel discreet, bijna stiekem.

 

Daarna ging iedereen flink volgens de ongeschreven regel aan tafel. Volwassenen in de living, kinderen in de keuken. Op het menu: een tas soep en een pistolet. Meer moest dat niet zijn.

 

Ook op woensdagnamiddag was de keuken bij Pépé heel populair. We werden er verwend met frikandellen en frieten, eieren met frieten of préparé met, je raadt het al, frieten. Ter afwisseling waren er boterhammen met bruine suiker en liters appelmoes. Als dessert volgde een frisco, om de rest van de namiddag zijn gazon naar de wuppe te shotten.

 

Pépé vond het allemaal goed. Nooit gezaag, nooit geklaag.

Behalve misschien een beetje over dat laatste.

 

Hij was een man die weinig nodig had om content te zijn. Een krant die hij van voor tot achter kon lezen. De koers op televisie. Wat werken in de tuin. Of wat fietsen op de hometrainer in de veranda, inclusief Adidas-vest en zonnebril. Wat een icoon.

 

Het liefst had Pépé zijn hele bende rond zich, maar hij stond zelf nooit in het middelpunt van de belangstelling. Een stille genieter. Gewoon luisteren en altijd klaar met een mopje of nuchtere opmerking.

 

Dat was Pépé. Geen drama. Altijd content.

 

Ik zou graag willen beweren dat ik zijn talent voor relativeren en contentement geërfd heb.

 

Helaas moet ik bekennen dat een kleine crisis ver weg is als mijn vlucht gecanceld wordt, een trage wandelaar mij voor de voeten loopt of iemand links op de roltrap stilstaat. Om nog maar te zwijgen als ik weer de traagste rij aan de kassa gekozen heb.   

 

Pépé zou waarschijnlijk eens zijn schouders opgehaald hebben en verder zijn krant gelezen hebben.

 

Wat ik wel van mezelf in hem herken, is hoe hard hij kon meeleven met de mensen rondom hem. Hij zou het zelf niet snel toegeven, maar hij was eigenlijk gewoon een echte gevoelsmens.

De laatste jaren zei hij soms: “Ik ben teere gekomen.”

Maar dat is iets wat wij allemaal al veel langer wisten.

 

Vandaag zou Pépé André honderd jaar geworden zijn.

 

Ik had hem dat ronde getal zo gegund. Al zou hij het zelf waarschijnlijk nuchter bekeken hebben. Hij zou waarschijnlijk vooral content geweest zijn dat zijn hele bende samen is en er eentje op hem drinkt.

 

Die bende van hem heeft toch allemaal iets van hem meegekregen. Zijn humor, zijn nieuwsgierigheid, zijn gevoeligheid. En allemaal ook een beetje van zijn talent om gewoon content te zijn.

 

Ik ben bij deze dan ook content. Content met het feit dat ik blijkbaar niet zijn enige lievelingske was.

 

We waren allemaal zijn lievelingske.

En hij het onze.