Van genoeg vissen in de zee naar het aanbod in het bos

“Maar Axelle, er zitten genoeg vissen in de zee!”

 

Jazeker, er zitten vissen in de zee.

En het kan aan global warming liggen,

maar ik heb de indruk dat er nog weinig frisse vissen rondzwemmen.

Kan ook liggen aan het stijgend aantal gevangen en vervolgens terug gesmeten vissen.

Sommige met reden..

 

Dan heb je ook de gladde vissen, de sharks.

En als je echt te diep moet gaan vissen…  

moet ik je niet uitleggen dat we het met de exemplaren moeten doen

die voor een reden beter in de krochten van de oceaan blijven.

 

En weet je wat er ook te vinden is in de zee?

Trash. Garbage. Afval.

Heel veel trash.  

 

Maar goed. Het is zondagavond.

Ik verveel me.

Tijd om nog eens te vissen.

Ik neem mijn digitale vislijn, de apps, en begin te hengelen.

 

Al jaar en dag een knipperlichtrelatie met die datingapps.

Het ene moment ben ik het beu en zeg ik “nooit meer”.

Klaar.

Tot ik op een avond als vandaag ineens denk:

“Ach ja, waarom ook niet. Gewoon eens kijken.”

 

Vandaag zou zomaar de dag kunnen zijn dat ik,

tussen beluga’s met bindingsangst,

octopussen met losse tentakeltjes

en mansplaining zeepaardjes,

net die ene door overbevissing zeldzaam geworden tonijn aan de haak sla.

 

Dus daar gaan we weer.

Swipen.

Hengelen.

Uit verveling.

Uit nood aan bevestiging.

Of allebei.

 

Na een minuut of vijf: twee keer prijs.

Twee matches.

Goe viskes.

Kleine dopamine-rush.

Niet overdreven, maar genoeg om te denken:

“Zie je wel, ik lig nog goed in de digitale datingmarkt.”

 

Meestal sluit ik de app dan weer.

Missie geslaagd. Zelfvertrouwen terug op niveau.

We kunnen weer verder met ons leven.

 

Maar vanavond denk ik:

“Kom, we gaan eens ons best doen.”

 

Ik ga ervoor. Eens een berichtje sturen.

Geen ingewikkelde openingszin.

Geen flirterig gedoe.

Geen dubbelzinnige toestanden.

 

Gewoon een veilige, gezellige ijsbreker:

“Welke nickname hebben je vrienden voor jou?”

De meest risicoloze vraag ooit, als je het mij vraagt.

 

Ik verwachtte iets als

“Zatte Josse omdat ik ooit op een festival… haha lang verhaal.”

Of gewoon “De Jokke” een afgeleide van zijn naam.

Gevolgd door een “En jij?”

 

Et voilà.

Gesprek luchtig op gang getrokken.

Dus ik wacht.

 

Zijn antwoord komt vrij snel.

“Big Bad Wolf.”

 

Dat was het.

Geen verhaal.

Geen context.

Geen vraag terug.

Gewoon… Big Bad Wolf.

 

Er ontsnapt mij een lach (inclusief diepe zucht die van diep komt).

Eerder een lach der wanhoop.

 

Ik open zijn profiel opnieuw. Misschien had ik het verkeerd gezien en stond er ergens:

“Zoekt: casual, niks serieus, friend with benefits.”

 

Nee.

Er staat:

“Looking for a long-term relationship. A life partner.”

Step it up, jongen.

Je zoekt een levenspartner en je eerste introductie is… Big Bad Wolf.

 

Ik kan niet zeggen dat het me vaak overkomt, maar ik sta met mijn digitale mond vol tanden.

Verder dan reageren met een duimpje kom ik niet.

Waarmee ik beleefd maar droog en licht passief-agressief

niet meer zeg dan “Love that for you.”

 

En daarmee was het gesprek

al even snel afgesloten als het begonnen was.

 

Tijdens een visbeurt botsen op een grote boze wolf, het lijkt mij duidelijk: de beu-gehoorde uitspraak “Er zitten nog genoeg vissen in de zee”, heeft een update nodig.

 

De zee is niet echt meer de place to be om een prijsbeest aan de haak te slaan.

Volgens mijn recente (weliswaar niet zo geslaagde) veldonderzoek

valt de fauna van het bos misschien eens te exploreren.

 

Dus goed.

Mijn perche gaat aan de haak.

Ik neem mijn kompas, kaart, verrekijker en lage verwachtingen mee,

trek mijn stevige wandelschoenen aan,

introduceer de uitspraak “Er loopt nog genoeg wild rond in het bos”

en trek het groen in.  

 

Of het aanbod in het bos zoveel beter zal zijn dan dat van de zee?

Op basis van deze eerste ervaring met de grote boze wolf, waarschijnlijk niet.

 

Maar goed.

Ik ben hier nu toch.

Ik scheer niet het volledige bosleven over één kam

en verken deze nieuwe vijver.

 

Je weet maar nooit, misschien kruist een

emotionally available boswachter,

een charmante grizzlybeer die zijn leven op orde heeft,

een trailrunner met principes,

een vogelspotter met ambitie,

of een stabiele silver fox

mijn pad.

 

En tot die tijd hou ik mijn ogen open.

 

En als ik in het plaatselijke Delhaize-bos oog in oog sta met die Big Bad Wolf,

dan spreek ik hem aan.  

 

“Aaaah hierzie, de Big Bad Wolf!

Aangenaam, ik ben Roodkapje.”

 

We weten allemaal hoe dat verhaal afgelopen is voor de grote boze wolf.

Je mag 3x raden wie dan met de mond vol wolventanden zal staan.

 

En ik leefde een nog lang en gelukkig nice life.