37 maanden monopolie, levenslang tweede

Drie jaar lang was ik de onbetwiste nummer één van mijn ouders.

37 maanden en één dag om precies te zijn.

 

Geen concurrentie. Niemand die in de weg stond in de strijd om hun aandacht, affectie of het beschikbare budget voor verwennerijtjes.

Drie jaar lang waren we gezellig met z’n drietjes. Mijn ouders en hun oogappel. Er bestaan ontelbaar veel foto’s van mij als mollige baby en peuter, weekendjes weg, reisjes, nieuwe kleertjes, speelgoed dat met niemand gedeeld moest worden.

Twee volwassenen die maar één cutie hadden om te knuffelen en te verwennen.

Het moet een fantastische tijd geweest zijn. Helaas kan ik me er niks van herinneren.

 

En toen, op een mooie zondag in juni 1995, fantastisch nieuws. Daar was mijn zusje.

Mijn popje, mijn speelvriendinnetje. Iemand die (zo hoopte ik) eindeloos naar mij zou opkijken. Als grote zus zou ik haar idool zijn. In haar ogen zou ik de coolste persoon ooit zijn.

 

Moet mijn eerste delulu-gedachte ooit geweest zijn.

 

Een downgrade, dat was het. Moeder had amper geworpen of ik mocht mijn plaats al inleveren. Mijn monopolie op ouderlijke liefde en aandacht was voorbij.

 

Mijn zus number one. Ik number two.

 

Mijn ouders beweren uiteraard dat dit niet waar is. “Wij zien jullie allebei even graag.”

 

Ja ze, ik geloof er niks van. Ouders moeten dat zeggen, ze mogen geen favorietje hebben.

 

Er vervolgens tot op de dag van vandaag mopjes over blijven maken, helpt niet in ieder geval.

Zogezegd zou ik oud genoeg moeten zijn om er de humor van in te zien.. Volgens hen dan toch. Maar zodoende werd mijn tweede plaats de running joke binnen ons gezin.

 

“Ah leuk, iedereen eet zaterdagmiddag thuis. We hebben speciaal worst met appelmoes gemaakt. Het lievelingsgerecht van je zus.”

 

Ik reageer niet want ik moet me concentreren om niet met mijn ogen te rollen.

 

“Ja, we dachten: onze number one is thuis, we gaan haar eens verwennen.”

 

Ha. Ha. Ha. Hilarisch, oudjes. Kapot lachen.

 

Het probleem met die running joke was dat ze hem zo vaak gebruiken dat ik het effectief ben gaan geloven.

 

Maar zo snel geef ik me nog niet gewonnen. Ik had een plan. Als ik als eerste een lief mee naar huis zou nemen, kon ik misschien opnieuw wat punten scoren.

 

Het lukte nog ook! Mijn eerste vriendje werd met open armen ontvangen. Vooral paps de vader leek plots te ontdekken hoe het leven eruit had kunnen zien als hij een zoon had gehad. Eindelijk mannelijke versterking.

 

Dit was mijn comeback. Nummer één was weer binnen handbereik.

 

Break-up.

Kut.

 

Erger nog: mijn zus kreeg een lief. En niet zomaar de eerste de beste. Nee, ze kwam thuis met de verloren zoon van mijn vader. Ze gingen samen fietsen. Ze deden jongensdingen. Hij was kind aan huis, wist de weg naar de frigo en bediende zichzelf zonder te vragen. Zelfs zonder te vragen of wij ook iets wilden, next level familie-integratie als je het mij vraagt. Mama verdubbelde ondertussen met plezier de portie voor een gezin van vier om ervoor te zorgen dat haar vijfde tafelgenoot zeker geen honger zou lijden.

 

Ik kon het alleen maar ondergaan. Ik keek ernaar en wist het:

Godverdomme. Ik ben niet eens meer number two. Ik sta nu op drie.

 

Het huidige lief van mijn zus scoort alweer een tien op tien in de categorie ideale schoonzoon. Fantastische kerel. Hij scoort zo goed dat mijn ouders liever gaan supporteren naar zijn wedstrijden dan naar die van mij. Daarmee ben ik zo goed als kansloos om ooit terug number one te worden.  

 

Maar na al die jaren begin ik me eigenlijk best comfortabel te voelen op mijn tweede plaats.

 

Ten eerste was ik de reden dat mijn ouders dachten: “We doen dit nog eens”.

 

Ten tweede: mijn zus ook gewoon mijn number one.

 

Dus als mijn ouders per se een ranking willen hanteren, kan ik ze eigenlijk geen ongelijk geven.

 

37 maanden en één dag stond ik helemaal alleen op nummer één.

 

Nu deel ik het podium met iemand voor wie ik met plezier een plaatsje opschuif.

 

Maar laat ons één ding afspreken:

Schoonzonen of aangeschetenen komen niet op ons podium!

 

Wij blijven number one (en two)!