Geboren in een andere eeuw, een ander millennium en toch touche hebben
Ik ben op de leeftijd waarop ik kinderen zou moeten willen.
Tenminste, dat is wat mij wordt ingefluisterd.
Hoe kan het ook anders als de wereld mij constant target voor zwangerschaps- en ovulatietesten. Bedankt Meta.
Alleen heb ik de laatste tijd vooral de indruk dat…
kinderen of toch de jeugd míj willen.
Laatst tijdens een avond op café die begint met “allez ééntje dan” komt er iemand naast mij staan.
Fris gezicht. Vlotte babbel.
En met een zorgeloosheid die je alleen hebt als je nog nooit om vier uur ’s nachts piekerend over existentiële vragen wakker hebt gelegen.
Anyway, we doen dat spelletje.
Leeftijd raden.
Ik doe alsof het me niets kan schelen (maar mijn ijdelheid weet wel beter).
Hij gokt lager. Ze gokken altijd lager.
“Dankjewel,” zeg ik. “Ik ben 33.”
En dan het moment waarop ik gewacht heb.
De microseconde stilte.
De blik die van mijn ogen naar mijn voorhoofd flitst.
Dat verwarde hoofd dat probeert te rekenen.
“Maar… nee. Jij kan toch nog geen dertiger zijn?”
Voor mij erg flatterend.
Voor hem licht traumatiserend.
Maar dan is het tijd voor mijn trauma.
Blijkt dat hij geboren is in 2000.
Tweeduizend.
Ik herinner me dat jaar. En niet vaag.
Kijkend door de twee nullen van de 2000-feestbril op mijn neus herinner ik me de millenniumstress.
Het idee dat computers gingen crashen. De Y2K-bug.
En niet te vergeten, de apocalyps.
Deze man (lees: jongen) zou dat millenniumjaar pas arriveren op aarde.
Op café wordt de avond wat losser.
Hij doet zijn best. Echt.
De overtuigingskracht in zijn pitch om “nog even mee naar boven te gaan” is daar bewijs van.
Enthousiast. Hoopvol.
Maar er zit een grens aan mijn ego.
En die grens is het jaar 2000, het nieuwe millennium, de start van een nieuwe eeuw.
Ik bedank en stuur hem vriendelijk naar huis.
Een stem in mijn hoofd zei “dit wordt babysitten, dit wordt moederen”.
Verantwoordelijk als ik ben heb ik hem wel nog gestuurd of hij goed thuis was geraakt.
En ja, uiteraard ook de helft van de Uberrekening meegestuurd.
Gewoon omdat ik helaas niet in mijn sugardaddy-era zit (I wish) en uit een soort van pedagogisch verantwoordelijkheidsgevoel.
Iemand moet het doen en de jeugd iets bijbrengen.
All this to say: het is een vreemd iets.
Aan de ene kant hoor ik dat ik nu toch wel eens moet nadenken over kinderen.
Aan de andere kant word ik aangesproken door iemand die waarschijnlijk nog nooit van MSN heeft gehoord.
Soit, ik vind het een boost voor het zelfvertrouwen om nog in de categorie potentieel date-materiaal te vallen.
Ook al is dat bij jonge jongens, zonder grijze haren en voor wie een quarterlifecrisis nog verre toekomstmuziek is.
Ik neem het compliment dankbaar aan.
Want eerlijk, I love that for me.
En als ik op mijn drieëndertigste nog niet bezig ben met kindernamen,
maar de jeugd even komt checken of ik mee naar boven ga,
dan is dat blijkbaar hoe mijn leven nu loopt.
Niet volgens het boekje.
Maar het loopt.
Jeugd, bedankt voor de reminder dat ik nog meedoe: Have a nice life.

