Kriebelcomplot met kans op contactverbod

Mijn single ass zit op haar gemak in haar stamcafé (lees: trendy koffiebar in de stad waar ze nog net mijn voornaam niet kennen) met een latté haver en een boek.

Me-time.

 

De protagonisten van mijn boek doen midden in hoofdstuk twaalf de meest dirty dingen met elkaar. Ik lees verder. Maar toch iets minder op mijn gemak dan drie pagina’s geleden.

 

Met rode oortjes kijk ik rond om te controleren of niemand toevallig over mijn schouder zit mee te lezen. Ik zou niet willen dat de volledige koffiebar aan mijn gezicht kan zien dat ik mij door een hoofdstuk boeksmut aan het “worstelen” ben.

 

Ervan overtuigd dat niemand iets doorheeft, valt mijn oog op een wel erg knappe man aan het raam.

Salomons. MacBook. Oorbelletje.

Of hij is effectief echt knap, of hoofdstuk twaalf heeft mijn beoordelingsvermogen aangetast. Wie zal het zeggen.

 

In ieder geval, ik heb hem gespot. Hij zit rustig te werken aan het toogje aan het raam.

 

Hoe leuk zou het zijn om een kleine interactie te kunnen ensceneren?

Geen zotte dingen, gewoon een lachje, een “goedemorgen” en als ik in mijn avontuurlijken ben, durf ik misschien wel een knipoogje te geven.

Helaas zitten we met een logistiek probleem: de man zit met zijn rug naar mij.

Toevallig oogcontact is geen optie.

 

Omdat ik toch nog moet afkoelen van die sappige passage in mijn boek, kijk ik wat rond. Ik begin wat met mezelf te brainstormen.

 

Ik zou van plaats kunnen veranderen.

“Excuseer, is deze plek nog vrij?”

En dan naast hem gaan zitten.

Maar om zonder deftige reden aan het werktoogje te gaan zitten en daar wat met mijn vingers te zitten draaien is gewoon too weird.

 

Volgende optie.

Ik haal een balpen uit mijn tas, laat die subtiel in zijn buurt vallen en zeg:

“Volgens mij heb jij je stylo laten vallen.”

Al beter, maar niet waterdicht.

Hij kijkt dan waarschijnlijk naar de balpen en zegt: “Niet van mij.”

Waarop ik met mijn eigen balpen in mijn hand de koffiebar moet verlaten.

Raar.

Raar raar raar.

 

Ik neem nog een slok latté.

BINGO.

Ik heb het.

Het is zo simpel. Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb!

 

Ik doop het plan tot:

Het Kriebelcomplot.

 

Dit is hoe ik het mij voorstel.

 

Ik ben op weg naar de uitgang van de koffiebar. Zogezegd omdat ik een leven heb en nog duizend-en-één dingen te doen heb die dag. Niemand hoeft te weten dat mijn agenda na deze koffie zo goed als leeg is.

 

Op weg naar buiten passeer ik het toogje aan het raam.

Herken ik daar nu toch toevallig die ene “vriend” (laten we hem Lander noemen). Of toch, enkel zijn achterhoofd komt me bekend voor.

 

Ik stap enthousiast op die “vriend” af en zonder dat hij me ziet aankomen,

kietel ik hem

langs achteren

onder zijn oksels.

 

Hij verschiet zich dood.

Valt bijna van zijn stoel.

Draait zich om.

OW NO!

Het is Lander helemaal niet.

Het is een volslagen (maar best wel knappe) vreemde.

 

Nu begint mijn Oscarwaardige performance.

“Oh my god! Sorry! Nee! Echt, sorry! Ik dacht dat je iemand anders was. Je lijkt zo hard op een vriend van mij. Ik dacht echt dat jij Lander was!”

Het geniale aan dit plan is dat ik de gêne niet eens hoef te acteren.

 

Hopelijk is mijn knappe slachtoffer tegen dan al een beetje bekomen van het feit dat een onbekende (maar best wel knappe) vrouw hem zonet gekieteld heeft en ziet hij er ondertussen de humor van in.

Hopelijk.

“Ah. Euh. Ja. Geen probleem.”

 

Ik hou het genante moment nog even vast (aangezien mijn hoofd nog altijd bloedrood is).

“Echt, zo gênant. Kan ik het goedmaken door u een koffieke te trakteren?”

 

Hij lacht.

“Awel ja. Dat is wel het minste wat je kan doen. Dat mag dan een flat white zijn.”

 

Natuurlijk drinkt hij flat whites. Had niet anders verwacht van een man met snorretje en Salomons.

 

Ik haal zijn koffie, excuseer me nog één keer en wens hem een fijne dag.

Hij snapt nog steeds niet helemaal wat er net gebeurd is, maar zegt:

“Zet u nog efkes bij anders. Allez, als je nergens dringend naartoe moet, hè.”

 

Voilà. And that’s how it’s done!

 

Vanaf daar laat ik het script open.

 

Maar laat ons zeggen dat het mooi meegenomen zou zijn mochten we op termijn enkele scènes uit hoofdstuk twaalf kunnen naspelen.

 

In ieder geval…

 

Ik blijf erbij: geniaal. 

Gestoord? Dat ook ja.

Gek of geniaal, het ligt zo dicht bij elkaar.

 

Nu rest alleen nog het gedeelte waarbij ik dit theoretisch briljante idee in de praktijk moet toepassen.

 

Ik neem het scenario nog één keer door in mijn hoofd en drink mijn latte uit.

 

Go time.

 

Ik kijk naar zijn rug.

Fuck it, gewoon doen.

Wat is het ergste dat kan gebeuren? Nee, deze vraag niet beantwoorden.

 

Ik sta op, stop mijn spicy lectuur in mijn tas, doe mijn jas aan en daar gaan we.

 

Ik wandel richting de deur.

Richting mijn toekomstige.

 

Zijn rug komt dichterbij. Nog drie meter. Twee. Mijn handen komen al een beetje omhoog, klaar voor actie. Eén meter.

Ik ben er.

Ik kan hem nu aanraken.

Ik kan hem nu kietelen.

Ik moet alleen maar…

 

Abort mission.

Ik herhaal: ABORT MISSION.

 

Ik draai negentig graden. En loop in lichte looppas de koffiebar uit.

Buiten hap ik naar lucht. Blijkbaar heb ik mijn adem ingehouden. Ik wandel rustig naar huis en doe alsof er niets gebeurd is.

Er is ook niets gebeurd.

 

Behalve dan in mijn hoofd. Daar heb ik zonet een volledig romcom-scenario doorlopen waarin ik een vreemde (maar best wel knappe) man ongewenst onder zijn oksels kietel, hem verwar met een fictieve vriend genaamd Lander en mezelf via een flat white richting potentieel romantisch succes lieg.

 

Eigenlijk bewonder ik mezelf. Voor mijn genialiteit (of gestoordheid). Je mag kiezen.

Maar vooral voor de sterke vrouw die ik ben. Voor mijn ijzersterke karakter.

Al gaat de meeste bewondering toch uit naar die ene nog functionerende hersencel die op het laatste moment mijn intrusive thoughts wist te overrulen en een contactverbod of een klacht wegens ongewenste intimiteiten kon vermijden.

 

Mijn (best wel knappe) slachtoffer zal nooit weten hoe dicht hij die ochtend was bij het ontmoeten van de (best wel knappe) vrouw van zijn leven.

Of bij het bellen van de politie.